Terug aan het IJ

Uitzicht op Het IJ

Mijn aandacht voor de ontwikkelingen rondom het IJ werd, toen ik al anderhalf decennium elders woonde, in eerste instantie getrokken door het fraaie panorama dat je voorgeschoteld krijgt als je op een bus staat te wachten in het busstation aan de IJ-zijde van het station, op de eerste verdieping, boven de kade.

Eye filmmuseum

Nu kom ik kijken wat ervan geworden is. Is de genius loci hetzelfde gebleven? Nieuwe gebouwen zijn opgetrokken langs de oevers, nieuwe, moderne architectuur, nieuwe culturele instellingen; er werden nieuwe activiteiten ontplooid, economisch en cultureel, toeristisch en recreatief; er kwamen nieuwe ponten, nieuwe pontroutes. Er is een heel nieuw waterfront gecreëerd. De oude industrie is verdwenen, het verval is gekeerd,– hier ontwikkelt zich een nieuwe stad.

Pont NDSM-werf

Er is een nieuwe woonomgeving gecreëerd. Achter de IJ-kantine ligt een complex van appartementengebouwen – twee hoge woontorens, een groepje lagere gebouwen in contrasterende kleuren, variërend in hoogte. Staal, baksteen, keramisch materiaal. Roodbruin, saffierblauw en grijstinten, één zelfs in gedurfd rood.

Kraanspoor

Kraanspoor. De voormalige afbouwconstructie voor mammoettankers is zo’n 270 meter lang, 10 meter breed en 14 meter hoog; een enorm bouwwerk. Op de zware, brutalistische onderbouw een constructie die ‘zwevend’ boven het beton is aangebracht, met 4 stijgpunten waar in de oorspronkelijke trappenhuizen nu liften zijn geïnstalleerd. Kantelbare, glazen lamellen aan de buitenkant zorgen voor luchtcirculatie van de dubbele gevel.

Graffiti

Aan de oostzijde van de aanlegsteiger oogt het allemaal heel anders, woester: loodsen, met graffiti bewerkt, – restanten van de vroegere werfindustrie.

Aan de overzijde van de Oude Houthaven, achter de aangemeerde schepen, liggen Silodam en de twee voormalige graansilo’s in het zonnige middaglicht. Vanaf hier zal ik naar het Centraal Station wandelen. Onderweg wil ik IJdock nog bekijken, het Paleis van Justitie. Morgen ga ik KNSM-eiland bezoeken, Java-eiland, Borneo, Sporenburg.

Silodam, Graansilo's, Oude Houthaven

Alles wil ik zien, de noordoever, de zuidoever, alle eilanden, alle nieuwe architectuur. Het volledige, nieuwe waterfront. Een heerlijke omgeving. Nieuw hart van een nieuwe stad.

Pontsteiger, oude Houthaven

Aan de Grens

Na een parkje gepasseerd te zijn, loop ik toch maar een stukje terug en ga het park in, over het pad aan de linkeroever van de Estero. Er staat niet veel water in en langs het water liggen drooggevallen oeverstroken. De afstand tot de Guadiana en daarmee tot de oceaan is klein en er treedt hier getijdewerking op. Aan de overzijde, onder een helblauwe hemel met slechts enkele wolkjes, een aaneengesloten rij van witte huizen, de kozijnen en balkons in opgewekte pastelkleuren geverfd.

Estero de la Rivera

De Guadiana is hier honderden meters breed. Een terras bij de samenloop van Estero de la Rivera en Guadiana, voorzien van helder blauw geverfde reling, een eenvoudige lantaarnpaal en twee verwaaide palmen, biedt een goede plaats voor uitzicht op de rivier en de overkant, waar zich de contouren van een Portugees stadje aftekenen: Vila Real de Santo António.

Rechts, aan de noordkant, in de verte, verbindt een fraaie, grote kabelbrug de twee oevers tussen Spanje en Portugal over een afstand van enkele honderden meters: El Puente Internacional del Guadiana, de internationale Guadiana-brug.

Terras aan de samenloop

Het waait hier enorm hard. Windkracht zes of zeven, schat ik. Eén scheepje drijft er op de rivier, de zeilen gestreken, een paar honderd meter in de richting van de monding. Een kilometer of vier, vijf stroomafwaarts mondt de Guadiana uit in de Golf van Cádiz. Daar bevindt zich ook een heel complex van barrière-eilanden, gescheiden door geulen, zoutmoerassen en daar ligt ook Isla Canela, met duinen, brede zandstranden en eveneens moerassige delen.

Ondanks de harde wind ziet het wateroppervlak er vrij kalm uit. Aan de Portugese overzijde bevindt zich het Reserva Natural do Sapal de Castro Marim e Vila Real de Santo António – een natuurreservaat van wetlands, rijk aan vogels – ooievaars, flamingo’s -, vis en schaaldieren. Er wordt ook nog altijd zout gewonnen.

Guadiana

Ik kijk uit over de rivier. Langzaam komt het zeilscheepje deze kant op. Voor mij glijden slagschaduwen van de bewolking over het water; maar het scheepje drijft nog juist in de zon. Aan de overkant ligt Vila Real de Santo António ook in de zon. Heel langzaam glijden de schaduwen nu weg. Ik kijk omhoog naar de bewolking, veel wolken zijn het niet, en dan kijk ik weer naar de rivier. Zonlicht glinstert nu overal op het water, sprankelend en glinsterend. Costa de la Luz-licht. Even bespeur ik bij mijzelf een zweem van melancholie, een vleugje besef van de tijdelijkheid van alles. Daarheen varen, helemaal de rivier af en langs de kust en dan de wijde oceaan op. Altijd blijven varen, altijd blijven reizen. Eeuwig leven.

Sorrentina

Ik wandel weer naar boven, naar het hoogste terras. Omkijkend naar de villa, waarvan de muren gepleisterd zijn in zachtgeel, de ramen voorzien van groene luiken, zie ik nog altijd geen mens. Alle ramen zijn gesloten, sommige rolluiken zijn neergelaten. De zang is gestopt, in de tuin klinkt het aarzelend gefluit van een eenzame vogel.

Naast de villa is een kale rots te zien, in het licht van de laagstaande zon; daarvoor ligt de achtertuin van het naastgelegen huis, waar pijnbomen staan; aan de baaizijde bevindt zich, aan de rand van de tuin, een prieel.

En voor mij, in het avondlicht, ligt de wijde baai van Napels. Nagenoeg rimpelloos.  De baai van Napels, al sinds eeuwen geschilderd, bezongen en bejubeld, – een baai die bij mij in eerste instantie vooral beelden oproept van de tijden waarin talloze villa’s van Romeinen rond de baai gelegen waren, villa’s waarin ze zich terugtrokken om te lezen, te schrijven, zich te ontspannen met vrienden. Campania felix…

Maar daar aan de overkant, in het Noorden, liggen ook de Campi Flegrei, de brandende velden, met een gigantische vulkaan bij Pozzuoli als centrum. Een enorme caldera strekt zich tot ver onder de baai uit,- een vulkaan met, verborgen onder de oppervlakte van het nu zo stille water, een potentieel explosieve kracht waarmee vergeleken elke uitbarsting van de zo beroemde Vesuvius, in verleden of toekomst, niet meer is dan een kleine rimpeling in het water.

Baai van Napels

Zomer in Amsterdam

De Entrepotbrug in het Oostelijk Havengebied. Een fraai appartementengebouw uit 1993, architect Atelier PRO. Licht meanderend, van de Cruquiusweg naar de Borneolaan, scheef over het westelijke deel van de Entrepothaven.

Dertien jaar woonde ik in Amsterdam, daarna bleef ik er nog negen jaar werken, maar hier kwam ik nooit. Tot gisteren.

Ik maakte een praatje met een bewoner van de nabijgelegen Entrepothof, die op een bankje aan de kade zat.

‘Mooi uitzicht ook,’ zei ik.

‘Blauw voor groen,’ merkte hij instemmend op.

Ik liep verder. De ganzen kwamen me snaterend tegemoet en weken geen millimeter.